Maarten
keek hem onderzoekend aan. ‘Wat dan, bijvoorbeeld?’
‘Iets
dat je liever doet.’
‘Maar
als je nou het liefst op een stoel zit en een pijp rookt?’
‘Ja,’
gaf Eef toe.
‘Of
fietsen, of wandelen.’
‘Nee,
dat is zo natuurlijk’
‘Daar
kun je geen droog brood mee verdienen.’
Eef
glimlachte. ‘Eigenlijk zou dat toch ook moeten kunnen.’
‘In
de ideale maatschappij.’
‘Ja,
bijvoorbeeld.’
‘Het
zou moeten kunnen,’ gaf Maarten toe. ‘Een paar uur per dag met je handen
werken en de rest vullen met niks.’
‘Dat
doe je nu dus.’
‘Ja,
dat doe ik nu.’
‘En
je hebt met het gevoel dat je in een veel te grote ruimte terecht bent
gekomen?’
Maarten
dacht daarover na. ‘Je bedoelt dat je je alleen gelukkig voelt als je onder
druk staat?’
‘Ja,
zoiets.’
‘Daar
zit iets in,’ gaf Maarten toe. ‘Ik denk dat ook wel eens. Het mooiste is
natuurlijk wanneer je je lot in eigen hand hebt.’
‘Ja,’
zei Eef.
‘Maar
dat heb je in onze maatschappij niet meer.’
‘Een
boer heeft dat misschien nog wel.’
Maarten
lachte. ‘Ja, een boer! Maar nu noem je ook iemand!’
Dit citaat uit De dood van Maarten Koning is
typerend; er zouden andere citaten met dezelfde strekking uit andere delen
kunnen worden gegeven. Nu naar Thoreau. Misschien heeft hij een introductie
nodig?
Henry David Thoreau leefde van 1817 tot 1862 in
Massachusetts. Hij kwam uit een tamelijk arme familie, maar kon wel op Harvard
studeren. Daarna voorzag hij in zijn onderhoud op de meest uiteenlopende
manieren: hij was huisonderwijzer, journalist, maar ook boswachter, klusjesman
en losarbeider.
Beroemd werd hij in eerste instantie door zijn essay
‘Civil Disobedience’, waarin hij het begrip burgerlijke ongehoorzaamheid
toelicht, dat later onder andere door Gandhi tot perfectie is gebracht. Zijn
eigen Burgerlijke ongehoorzaamheid betrof overigens het betalen van belasting,
Hij weigerde kerkbelasting te betalen, omdat die aan iedereen werd opgelegd; en
vervolgens betaalde hij geen ‘poll tax’, waarvoor hij zelfs de gevangenis in
ging.
Internationale bekendheid verwierf hij met Walden, or
Life in the Woods. Hierin beschrijft hij een éxperiment in leven’; hij
bouwt van tweedehandsspullen met geleende gereedschappen een
huisje met één kamer en leeft daarin twee jaren aan het Waldenmeer. Daarna
geeft hij het weer op om dezelfde reden waarom hij eraan begonnen was:
“I left the woods for as good a reason as I
went there. Perhaps it seemed to me that I had several more lives to live, and
could not spare any more time for that one.
(…) I learned this, at least, by my experiment; that if one advances
confidently in the direction of his dream, and endeavors to live the life which
he has imagined, he will meet with a success unexpected in common hours.”
In Nederland vond het experiment van Thoreau navolging
in de kolonie Walden in Hilversum ,waar Frederik van Eeden de aanzet voor gaf.
Maar genoeg over Thoreau en waden, hier ga ik nog een aparte pagina aan wijden.
Nu over naar de gelijkenis met het gedachtegoed van Maarten Koning.
De volgende citaten zouden in Voskuils boeken niet
misstaan:
“For more than five years I maintained myself
thus solely by the labor of my hands, and I found, that by working about six
weeks in a year, I could meet all the expenses of living.”
Ergens anders verbindt hij deze bewering met de vrijheid
die de landarbeider heeft; misschien is de landarbeider nog vrijer dan de boer
die hij dient, want die heeft hypotheken af te lossen. Dat was in de negentiende
eeuw al zo!
“For myself I found that the occupation of a
day-laborer was the most independent of any, especially as it required only
thirty to forty days in a year to support one.”
Een
van de commentatoren van Thoreau zegt: “….he
had no inclination toward a career in the ordinary sense.”
Dat komt de liefhebbers van Het Bureau meer dan bekend voor!
Thoreau bracht zijn ideeën in praktijk, óók zijn
literaire opvattingen, die congruent zijn aan die van Voskuil:
“Moreover, I, on my side, require of every writer,
first or last, a simple and sincere account of his own life,…”
En ten slotte: het grootste werk van Thoreau bestond
feitelijk in zijn Journals, zijn dagboeken. Voskuil publiceerde dan wel een
roman van 5000 bladzijden, maar gaan zijn dagboeken dat niet overtreffen? En misschien
dat die van Voskuil ook postuum gepubliceerd zullen worden, net als die van
Thoreau?
SUBWEBS:
Jugendstil
kunst
schaken
Maarten
PieterJan
Mellegers
[ Start ]